2014 Van de Sokkel
Antwerpse Avant - Garde ten Noorden van het Zuid III
Organisitation: Cultuur Centrum Hof de Bist - Marc Goossens en Dries De Meester Curators: Johan Pas - Kris Van Dessel - Christine Clinckx
Artists: Nel Aerts - Pieter De Clercq - Peter De Cupere -Danny Devos - Mark Luyten - Pol Matthé - Wesley Meuris - Nadia Naveau - Els Nouwen - Annaïk Lou Pitteloud - Tinka Pittoors - Guy Rombouts - Boy & Erik Stappaerts - Leon Vranken















































HET BEELDENPARK BEVRAAGD
De 'Ekerse Putten' hebben iets van een no-mans land. Nogal absurd gelegen in het midden van de Antwerpse haven, tussen Antwerpen en Ekeren, ontsnapt deze plek aan een preciese definitie. Ze bezit immers nogal wat paradoxale eigenschappen. Deze bizarre site heeft haar roots in de industriële revolutie, maar is vandaag een stukje 'restnatuur', pal temidden van een wereldhaven. Het is een groene oase vol leven, maar op een kunstmatige wijze ontstaan en in stand gehouden. Ze omvat royale waterpartijen die niet alleen een biotoop zijn voor paling, snoeken, baarsen en eenden, maar ook voor sportduikers. De enthousiaste kikvorsmannen lieten in de loop van de tijd zoveel 'objecten' en 'kunstwerken' op de bodem achter, dat er sinds kort een officiële 'stop' bestaat voor het plaatsen van kunstwerken in de putten.
De idyllische locatie heeft echter ook een 'nasty side'. Er gaan al lang geruchten over verdronken zwemmers, verrast door het ijskoude water in de steile, diepe putten. Enkele jaren geleden werd het vijverwater extreem toxisch bevonden door een woekerende giftige variant van blauwalgen. Op een hete zomerdag baart deze prachtige plek bovendien tonnen frustratie. Het is immers een 'recreatiedomein' zonder recreatiemogelijkheden: zwemmen, barbecuen en kamperen zijn er strikt verboden. Patrouillerende agenten slingeren overtreders zonder pardon op de bon. Kortom, dit is een paradijs met zangvogels én met voetangels. En ideaal voor een tijdelijke bezetting door kunstenaars.
Ekeren, waar het domein Muisbroek aan grenst, heeft trouwens al lang een band met Antwerpse kunstenaars. In 1627 kocht Rubens er het Hof van Ursel als buitenverblijf. In de vroege jaren 20 opereerde het dadaïstische avant-garde-magazine Ca Ira! vanuit Ekeren. In 1953 vond in een Ekerse villa een roemruchte 'garden party' plaats waar de experimentelen en de traditionelen van het literaire tijdschrift De Tafelronde met elkaar in de clinch gingen. (De experimentelen wonnen.) Kunstenaars Christine Clinckx en Kris Van Dessel en kunsthistoricus Johan Pas wonen in Ekeren en hebben, net als alle Ekerenaars, een 'band' met de putten. Ze nodigden een tiental Antwerpse kunstenaars uit om zich eveneens te laten inspireren / irriteren door de tegenstrijdigheden van deze kunstmatig-natuurlijke restruimte.
Aan elke plek kleven een of meerdere verhalen. De romantische wandelaar of de avontuurlijke urban explorer weten dat en zijn er aan verslaafd. Kunstenaars kunnen door hun ingrepen of interventies de sluimerende verhalen van een site activeren. Net zoals een acupuncturist met precieze naaldprikken de energiekanalen in een ziek of vermoeid lichaam deblokkeert. Creaties en context treden in een tijdelijke dialoog die zowel de kunstwerken als de site even in een ander daglicht plaatst. Vorig jaar werden de Ekerse putten gedurende een weekeinde bezet door veertien kunstenaars die met hun performances, interventies, sculpturen en acties reageerden op de prikkels van deze halfslachtige en pseudo-idyllische plek. Dit jaar zochten we bewust andere oorden op. Het oog viel op een leegstaande fabriekssite in het hartje van Ekeren. Vanaf de jaren twintig huisvestte Kloosterstraat 107 'Bouwmaterialen Claessens - Van Bouwel'. Baksteen, beton, grind en andere architecturale ingrediënten werden aan de man gebracht. In 1955 startte Marcel Claessens er ook een garage met een constructiewerkplaats voor ondermeer afvalcontainers en afzetsystemen op vrachtwagens. Maar de tijden veranderden. Midden jaren zeventig begon men er gespecialiseerde transportsystemen op luchtkussens te maken. In 1992 werd het familiebedrijf overgenomen door het Amerikaanse bedrijf AeroGo. In de vestiging te Ekeren - dé Europese tak van het bedrijf - toverden een dertigtal medewerkers de meest uiteenlopende verplaatsingstoestellen uit hun hoed, waaronder de pneumatische transportsystemen voor de NASA en zijn Europese tegenhanger. De dragers van de Space Shuttle en de Ariane 5 draagraketten komen bijvoorbeeld uit de Kloosterstraat in Ekeren. Ook de vier gigantische telescoopspiegels van de European Southern Observatory (diameter: 8,2 m, gewicht: 50 ton !) werden zonder brokken vervoerd op Ekerse luchtkussens. Daarnaast waren bedrijven uit de luchtvaart-, scheepsbouw- en automobielsector vaste klant aan huis. Einde jaren negentig werd het Amerikaanse moederbedrijf opgeslorpt door SI Technologies. De Europese vestiging in Ekeren verzelfstandigde daardoor tot een autonome Belgische onderneming, en dit tot 2012, het jaar waarin de werkzaamheden definitief werden stopgezet. * Van basale bouwmaterialen tot hoogtechnologisch transport, van klei tot lucht, van een lokale tot een internationale actieradius... Deze ontwikkelingen weerspiegelen voor een deel de economische en technologische evoluties van de voorbije eeuw. De lege bedrijfsgebouwen in het hart van Ekeren zijn er de stille getuigen van. Het innovatieve denkwerk en het hard labeur hebben hun stempel gedrukt op de verlaten site. Ze bestaat uit indrukwekkende montagehallen en een aansluitend kantoorgebouw met daarrond een geleidelijk dichtgroeiende open ruimte. Omdat de werkzaamheden pas vorig jaar zijn stopgezet, hangt de bedrijvigheid er als het ware nog in de lucht. Tegelijkertijd is de verstilde site een perfecte moderne ruïne in the making. Deze hybride idylle is echter kortstondig, want binnenkort gaan de gebouwen tegen de vlakte. Daarmee zal een deel industrieel en economisch geheugen van de regio verdwijnen. Door de doelloze site gedurende één maand open te stellen voor beeldende kunstenaars zal ze nog een laatste keer gonzen van activiteit. De impact van de schaal en het verhaal van deze ruwe ruimte is echter niet te onderschatten. Eerder een weerspannige werkplaats dan een gastvrije tentoonstellingsruimte, noopt ze tot een bedachtzame omgang. Kunstwerken zullen er in een dubbelzinnige dialoog treden met een entropische oase. Bezoekers kunnen er een week lang kennis maken met tegendraadse eigentijdse kunst én afscheid nemen van een brok industriële archeologie. Wanneer de muren definitief tegen de vlakte gaan, blijven de verhalen misschien verder leven.
Johan Pas Ekeren, september 2013